| |
DOKKUM
-Het meeste werk op de tentoontelling van Gerrit Breteler in het Admiraliteitshuis in Dokkum is van recente datum, maar er hangen net genoeg oudere schilderijen om een beeld te geven van de ontwikkeling van de kunstenaar in de laatste jaren. Breteler heeft de zeventiende eeuw achter zich gelaten, zoveel wordt wel duidelijk.
Jarenlang heeft Breteler zich bekwaamd in de techniek van de oude meesters. Die komt er ruwweg op neer dat een schilderij wordt opgezet in grijstinten, zoals een zwartwit foto, waarna de kleur er in dunne, doorzichtige laagjes overheen wordt gezet. Zo'n techniek is natuurlijk niet stijlgebonden, maar bij Breteler was dat tot voor kort wel het geval. Er hangen een paar schilderijen van vier of vijf jaar geleden op de tentoonstelling die duidelijke pogingen van de kunstenaar zijn te wedijveren met collegae uit de zeventiende eeuw. Een bruin stilleven met uien, een kruik en een wijnglas is een voorbeeld van zo'n stijlnabootsing. Dat geldt ook voor een zelfportret, waarop de schilder zich heeft uitgedost met iets dat aan een harnas doet denken. Omdat de knipoog die je bij zo'n pastiche verwacht ontbreekt, doet het wat potsierlijkaan. Uit het werk van de laatste twee jaartreedt echter een nieuwe, veel oorspronkelijker Breteler naar voren. Niets herinnert meer aan de zeventiende eeuw, ook al heet de tentoonstelling nog wel 'De Gouden Eeuw van Gerrit Breteler'. Verdwenen zijn de bruinen, er zijn zilvertinten voor in de plaats gekomen. Dat maakt het werk lichter en sprankelender. In zijn portretten is Breteler op zijn best. Een portret van Gunnar Daan bij voorbeeld is ronduit indrukwekkend en levensecht. Vanaf het doek kijkt de architect je onderzoekend aan. Zijn markante gestalte tekent zich helder af tegen de zilvergrijze achtergrond. Het gezicht, dat in de schaduw van de rand van een hoed is gehuld, is mooi doortekend. In andere delen van het schilderij blijft de schetsillatige opzet zichtbaar, zonder dat dat afbreuk doet aan de monumentale kwaliteiten van het werk. Een staand vrouwelijk naakt is alleen al door zijn afmetingen indrukwekkend: meer dan levengroot. Het mist echter een beetje de lossè toets die het portret van Daan zo levendig maakt. Maar een tour de force is het natuurlijk wel zoiets te maken. Als portrettist kan Breteler meedoen met de besten, dat is wat de tentoonstelling wel duidelijk maakt. Aan de hand van bekende gezichten als die van Geert Mak, Nynke Laverman en Beorn Nijenhuis is vast te stellen dat de gelijkenis van zijn portretten ronduit voortreffelijk is. Als schilder is hij met de jaren gegroeid. Vergelijk maar eens het portret van Gerard Reve uit 1993 met dat van Geert Mak van dit jaar dat er naast hangt. Zo houterig als Reve er op staat, zo sprankelend blikt Mak je tegemoet. Voor liefhebbers van figuratieve schilderkunst is deze tentoonstelling een ritje naar Dokkum meer dan waard.
Sytse Singelsma.
bron: Leeuwarder Courant - Zaterdag 9 september 2006 |